Puberteit bij dieren

Veel mensen vragen zich af of puberteit bij dieren ook voorkomt en het antwoord daarop is: ja, ook bij dieren is er sprake van een puberteit. Bij honden kan de puberteit starten tussen de 6 en 24 maanden en eindigen tussen de 18 en 36 maanden. Hoe kleiner de hond, hoe eerder de puberteit start, zo rond 6 maanden. Terwijl bij grote rassen de puberteit start tussen de 1-2 jaar.

De puberteit bij dieren wordt over het algemeen gedefinieerd als de leeftijd waarop een dier oud genoeg wordt om zich voort te planten. Wanneer een dier de puberteit nadert, begint een deel van zijn of haar hersenen, de hypothalamus genaamd, een hormoon vrij te geven dat het gonadotropine-releasing hormoon (GnRH) wordt genoemd. De puberteit begint zodra dit hormoon in voldoende hoeveelheden vrijkomt om de ontwikkeling van de voortplantingsorganen van de hond en de afgifte van hormonen zoals oestrogeen en testosteron te bevorderen. In dit artikel gaan we dieper in op de puberteit bij honden.

Loopsheid

Bij vrouwelijke honden wordt de puberteit over het algemeen gekenmerkt door de aanloop naar hun eerste loopsheid. Dit verwijst naar de oestrusfase van de voortplantingscyclus van een hond en is het stadium waarin vrouwelijke honden zwanger kunnen worden. Tekenen dat een hond in oestrus is, zijn onder meer zwelling van de vulva, bloederige afscheiding uit de vulva, frequent urineren en een verhoogde belangstelling van andere honden. De oestrusfase duurt gemiddeld 1,5-2 weken.

‘Rijden’

Bij reuen is het meest voorkomende teken van de puberteit het opspring- of rijgedrag. Reuen kunnen gaan ‘rijden’ op speelgoed, zijn kussen, andere honden of op mensen zonder dat daar aanwijsbare aanleidingen voor zijn. Ze kunnen ook zwervend gedrag gaan vertonen, waarbij ze hun uiterste best zullen doen om een loopse teef op te sporen.

Bij zowel mannelijke als vrouwelijke honden kunnen gedragsveranderingen optreden naarmate ze de puberteit bereiken. Ze kunnen bijvoorbeeld stoutmoediger en prikkelbaarder of gereserveerder en aanhankelijker worden dan normaal. Deze gedragsveranderingen zijn meestal een sterkere uiting van hun bestaande persoonlijkheden.

Ontdekkingsfase

De hormonale veranderingen kunnen ervoor zorgen dat jouw puberhond ineens minder gehoorzaam lijkt. Wat er echter werkelijk gebeurt, is dat hij steeds gemotiveerder wordt om te verkennen, te communiceren en te rennen. Hij ontwikkelt ook een grotere behoefte aan interactie met zijn omgeving en de mensen daarin. Net als menselijke tieners hebben puberhonden de energie en motivatie om meer te doen. Meer ontdekken, meer spelen, meer interactie met hun vrienden (mensen en niet-mensen), maar ze missen de nodige kennis en ervaring om na te denken over hun acties en reacties en deze te beheersen.

Negatief gedrag

Zo kan jouw puberhond gemakkelijk in conflict komen als hem wordt gevraagd iets te stoppen of gewoon te kalmeren. Het kan zelfs gebeuren in situaties waarin ze voorheen ‘gehoorzaam’ waren en onmiddellijk reageerden. Sommige honden kunnen, afhankelijk van hun temperament (of persoonlijkheid), gefrustreerd raken als ze niet krijgen wat ze willen. Omdat dit een negatieve emotie is, kan het negatief gemotiveerd gedrag uitlokken. Dit kan bestaan uit overmatig blaffen en gedrag als opspringen, krabben, bijten, bijten in de riem en zelfs agressie. Dit soort verandering wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd als zijnde een die hond koppig is of probeert zijn dominantie te laten gelden. Maar in feite zie je een hond die het moeilijk vindt om zijn impulsen onder controle te houden.


Casus hond


Een hondeneigenaar komt op consult en vertelt: Mijn hond staat de hele dag aan en kan niet alleen zijn. Dit gedrag is erger geworden in de puberteit.

Het gaat hier om een teef, een Duitse Dog. Ze heeft vanaf de eerste nacht dat ze bij de eigenaar was alles bij elkaar gejankt. Dat is nu nog steeds; de eigenaren kunnen hun kont niet keren of ze begint te janken. Bij het alleen zijn werd ze in de bench gedaan met wat lekkers, ze heeft nooit wat kapot gemaakt. Ze zette wel haar tanden in de tralies omdat ze er uit wilde. Dit was niet alleen een schreeuw om aandacht maar echt paniek.

Volgens de gedragstherapeut is ze heel gevoelig voor geluiden, staat ze 24 uur per dag aan. Nu in de puberteit kan ze ineens van nul naar 100 schieten. Laat dan heel veel spanning in haar lijf zien. Tractoren vindt ze heel eng, vrachtwagens ook. Als die haar passeren, dan maakt ze zichzelf heel klein. Ziet ze een schittering van de zon in een horloge op de muur, dan blijft ze er mee bezig en is daar dan niet uit te halen.

Deense dog in de puberteit

In bos loopt ze los en ziet ze een andere hond dan raakt ze over-enthousiast, wil dan alleen maar spelen en is in haar spel heel onbenullig. Wordt ze afgesnauwd dan heeft ze niet het besef dat die ander niet wil. Er is geen tussenweg, is of nul of helemaal aan. Prikkels komen te hard bij haar binnen. Zo ook met geuren. Ruikt ze eenmaal iets wat haar aandacht heeft, dan trekt ze haar eigenaar zo met scootmobiel en al de sloot in.

Als ze iets wil en het lukt haar niet, dan snept ze. “Ze bijt absoluut niet door maar is net een klein kind”. Bij een fysiek onderzoek hangt ze de clown uit. Ze kan nu -ze is nu 14 maanden- nog steeds niet alleen zijn, ze blaft en piept nog steeds heel veel. De eigenaar traint haar hierin met behulp van een gedragstherapeut. De ene keer lukt het om een half uurtje weg te blijven, de andere keer begint ze meteen te piepen. De erge paniek is er niet meer, maar het is nu meer een zeurderig piepen geworden. Ze is heel erg van de klok en de vaste gewoontes; om zo laat wil ze haar eten, voor uitlaten weet ze ook precies hoe laat het is.

Fysiek: Ze eet altijd al heel veel gras. Qua ontlasting is het eerste stuk normaal en daarna te dun. Ze is 1x loops geweest; toen was ze qua gedrag helemaal in de overdrive. Met 13 maanden is ze gesteriliseerd, dit was mogelijk in haar periode van schijndracht. Ze heeft 1 van haar tenen gebroken waarvoor ze rust moest nemen (wat onmogelijk was) en hiervoor heeft ze 8 weken lang medicatie gehad. Haar voorpoten zijn rood verkleurd.

De casus van deze hond is benaderd op een niet goed verlopende spijsvertering (darmmicrobioom). In het darmmicrobiooom worden voor een groot deel neurotransmitters aangemaakt. Stofjes die je blij maken en energie geven, maar die je ook rustig maken. Zo kan hypergedrag ontstaan vanuit een disbalans in de darmen. Natuurlijk speelt de leeftijd ook een rol en deze casus laat zien dat al aanwezig gedrag versterkt kan worden in de puberteit. We hebben haar voeding aangepast en gewerkt aan haar darmgezondheid. Haar homeopathische constitutiemiddel gaf kort een positief effect. Een homeopathische darmnosode passend bij haar constitutiemiddel heeft gezorgd voor een blijvend positief effect. Ze is rustig, zit goed in haar vel; de roodheid in de huid is weg, ze is bereikbaar voor haar eigenaren. Tevens is het traject bij de gedragstherapeut afgerond; ook zij zag de verbeteringen op de homeopathische behandeling bij deze hond.


Auteur: Marielle Rekveld-Temminck
Klassiek homeopaat voor dieren en orthomoleculair therapeut

https://hetreckveld.nl

Benieuwd wat homeopathie voor jouw huisdier kan betekenen?